Onrendabel, een documentaire in de traditie van Michael Moore. Jammer dat van Dam laagbegaafden ten voorbeeld neemt. Voor die mensen is zijn punt duidelijk en helaas ook geen nieuws, oplossingen blijven helaas uit. Ik ben blij dat hij dit keer de PvdA niet de schuld geeft, alle kabinetten hebben dit laten gebeuren. Ik denk oprecht dat de PvdA de enige partij is die zich het falen van alles wat gebeurt nog het meest aantrekt. Heel selectief maakt van Dam duidelijk dat het geen "nieuwe-nederlanders" probleem is, maar ook oud-nederlanders aangaat. Het is geen grootstedelijk probleem, maar ook en misschien wel vooral een probleem wat zich buiten de Randstad afspeelt. Maar wat ik mis is dat het vooral een probleem is wat zich niet alleen bij zwak of minder begaafden afspeelt, maar ook bij de normaal begaafden. Het nieuwe drama voltrekt zich naar mijn mening bij de normaal begaafden.
Rendabel zijn is belangrijk, maar de wijze waarop dat moet worden bereikt is het probleem. De mens ondergaat het lot dat in de industrialisatie de lopende bandwerker onderging. Zijn taken worden opgeknipt, efficient gemaakt en met wantrouwen bezien en gecontroleerd ten einde de kosten te drukken, rechtvaardigheid te garanderen en de kwaliteit niet te verminderen. Bij de overheid heeft dit alles te maken met het betaalbaar houden van de verzorgingsstaat, maar dat is theorie en faalt jammerlijk in de praktijk. Boven zijn hoofd, of verweg in hoofdkantoren of ministeries zitten batterijen "hoog"begaafden uit te dokteren hoe de Nederlandse Fabriek in de grip te krijgen en dan ook te houden. 10-20% van de mensen vertellen hoe de andere hun werk moeten doen, en dat zonder enig besef waar ze mee besig zijn, zich richten op de grote massa. Daar wringt de schoen.
Naast een eenzijdige verzameling van voorbeelden trof ik ook weinig oog aan voor het feit dat de mensen zelf ook geen onrendabel werk wensen te doen. "Dan kan ik nog beter in de gevangenis gaan zitten...". Net als een scheiding tussen asielzoekers en gelukzoekers is het onmogelijk hier het kaf van het koren te scheiden. Toch ligt daar ben ik bang de oplossing, maar hoe je dat zonder fouten en zonder stigamtiseren kan oplossen is me niet duidelijk. Wilders heeft de makkelijke oplossingen, maar deze documentaire laat haarscherp zien dat de grens tussen "niet capabel" en "liever lui dan moe" niet op afstand te maken is.
Ik had gehoopt dat de deskundigen, die zeer kundig de vinger op de zere plek weten te leggen, niet tot een begin van een oplossing komen. Want met vingeroplegging los je het probleem niet op.
Scheringa bindt net als Wilders half Nederland om zijn vinger. Dirk en Geert hebben veel gemeen. En daar kunnen we wat van leren. 
Soms zit het tegen. Lees dan: The Long Way Down van Nick Hornby. Zoals ik eerder leerde over Tough Shit: You have to live with it. Dit boekje bespreekt hoe vier suicidalen elkaar tegen wil en dank uit de misere vandaan slepen (tenminste dat hoop ik, want ik heb het boek nog niet helemaal uit en ik hoop niet dat een van hen op de laatste bladzijde alsnog van de torenflat springt). Vier vertellers van hetzelfde verhaal, niet alleen leuk maar ik best leerzaam. Ik denk overigens niet dat echte de depries hier vrolijk van worden. Maar de les is toch wel: Gedeelde smart is halve smart.
Soms heb je pech: je loopt door de bergen, met een stel makkers, zet na drie dagen de afdaling in. Het hoogste punt was net gepasseerd. Je hebt alle tijd en probeert de blaar aan je kleine teen te ontzien.
Een steen schuift onder je voet vandaan en je slaat tegen de stenen. Het gebeurt wel vaker, maar nu haal je je onderbeen open en het bloed gutst je wandelschoenen in. Een gapende wond staart je aan op 600 meter hoogte van de hut. Je denkt alleen: geen helikopter, geen gedoe, ik wil gewoon verder. Draai de film even terug en neem de hobbel opnieuw. 
Marjolijn Februari snijdt weer eens een aardig punt aan. Een punt dat goed aansluit bij waar ik me de laatste tijd veel mee bezighou. Je kunt op de tekentafel nog zoveel verzinnen, als je het niet kan verbinden met de werkelijkheid blijft het dweilen met de kraan open. Ze refereert naar een gedicht van Christian Morgenstern. En concludeert dat boven ieder beleidsmakers bureau een beduursel hant met de tekst: Geen papieren oplossingen voor reeële problemen.
Een levensechte zoektocht naar de roots. Bijna tweehonderd jaar geschiedenis in een adembenemend open wijze geschreven. Een verhaal over weerbarstige armoede en oplossingen die niet werken. Uiteindelijk is goed onderwijs en afrekenen met onmogelijkheid de enige ontsnappingsroute gebleken. Je zult moeten geloven dat je iets kan bereiken, anders is alle hulp vergeefs. Zie ook Geert Mak: 
David Lodge is een van mijn favoriete schrijvers. Hij wordt een beetje doof, een beetje veel. En schrijft daar een amusant, maar ook treurig boek over. Ik ben zelf ook soms een beetje hardhorig en slechtziend (zonder leesbril) en ofschoon dat nog in geen vergelijk staat met de hoofdpersoon van dit boek, het ongemak en hopeloze treft mij ook wel bij tijd en wijle. Amusant zijn de misverstanden waar hij kond van doet, maar ook de misverstanden die hij in zichzelf oproept. "Als ik dit nou doe, dan denkt iedereen dat" dat soort werk. Het geklungel met zijn hoorapparaat, aanzetten, afzetten. Het zorgen dat hij blijft praten om te verbloemen dat de batterijen op zijn, meesterlijk. Een dementerende vader en een onbetrouwbare studente geven het boek een serieuze draai. Leuk om te lezen.
